|
PERSBERICHT 9 DECEMBER 2009
Burgemeester Marcel Logist vraagt in Vlaams parlement naar operationele procedures bij branden waar asbest vrijkomt.
Op 20 oktober 2009 werden de brandweerdiensten van de regio Tienen geconfronteerd met een grote brand in Meer-Goetsenhoven, op een opslagplaats waar teakmeubelen lagen opgeslagen. Nadat ik en de stad al het mogelijke deden om de schade te beperken, trok ik, als Vlaams volksvertegenwoordiger, ook op het Vlaamse niveau, alle registers open. Op 1 december l.l. vroeg ik minister Joke Schauvliege om overleg te plegen met de federale minister van Binnenlandse Zaken om zo operationele procedures af te spreken om brandweerinterventies en milieu op elkaar af te stemmen. Minister Schauvliege gaf toe dat er, op Vlaamse niveau, lacunes zijn.
Hieronder leest u het verslag van mijn "Vraag om Uitleg".
Met vriendelijke groeten,
Marcel Logist
Burgemeester Stad Tienen
Vlaams volksvertegenwoordiger
----------------------------------
Vraag om uitleg van de heer Marcel Logist tot mevrouw Joke Schauvliege, Vlaams
minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur, over de noodzaak van operationele
procedures bij branden waarbij asbest in de omgeving vrijkomt.
De voorzitter: De heer Logist heeft het woord.
De heer Marcel Logist: Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, geachte collega's, op 20 oktober 2009 werden de brandweerdiensten van de regio Tienen geconfronteerd met een grote brand op een opslagplaats waar teakmeubelen lagen opgeslagen. De bouwvergunning van deze loods werd al in 1984 afgeleverd, zodat er een vermoeden was dat de dakbedekking asbesthoudend zou kunnen zijn.
De stad Tienen heeft onmiddellijk een lab aangesteld. Dit lab bevestigde dat er inderdaad asbesthoudende brokstukken en vezels in de omgeving verspreid waren. In het belang van de volksgezondheid heb ik daarna als burgemeester het getroffen gebied laten afsluiten, en de getroffen bewoners met een brief op de hoogte gebracht van de te nemen preventieve maatregelen, tot en met het uitdelen van mondmaskers van het type p3. We hebben ook de eigenaar van de loods en de exploitant aangemaand om binnen de drie dagen na ontvangst een erkende opruimfirma aan te stellen en de sanering aan te vatten.
Toen mijn stadsdiensten contact opnamen met overheidsinstanties, waaronder de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM), bleek dat die ons geen raad konden geven. De overheid brengt wel brochures uit met informatie over de gevaren van asbest, maar tot mijn spijt stellen wij vast dat er in België geen procedure bestaat waaraan brandweer en/of de gemeente zich kan vastklampen in geval van het vrijkomen van asbest bij een brand. Dit staat in schril contrast met bijvoorbeeld Nederland waar in 2006 een asbestprocedure werd uitgewerkt.
Dit gebrek aan operationele procedures maakt dat de gemeente en de brandweerdienst het antwoord schuldig moeten blijven op veel vragen van de getroffen bewoners. Ik kreeg deze vragen als burgemeester, maar ik stel mij ook in de plaats van andere burgemeesters in dit land.
Daarenboven zijn er nog de bevoegdheidsproblemen. De afvalproblematiek van asbest is een zaak van de minister van Leefmilieu, de bescherming van werknemers tegen asbest ressorteert onder de federale overheidsdienst (FOD) Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, de aspecten met betrekking tot de volksgezondheid behoren toe aan de FOD Volksgezondheid, en de uitwerking van operationele procedures voor de brandweer is dan weer een bevoegdheid van de FOD Binnenlandse Zaken.
Mevrouw de minister,
1/ bestaan er in VLAREM II luchtkwaliteitsnormen voor asbest waaraan de luchtkwaliteit kan worden getoetst? Wordt er bij brand door de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) plaatselijk luchtkwaliteit gemeten om na te gaan of er sprake is van gevaar voor de volksgezondheid?
2/ Wilt u initiatief nemen om op federaal niveau aan te dringen op operationele procedures voor branden waarbij mogelijk asbest in de omgeving verspreid wordt?
3/ Hoe ziet u de taak van de OVAM in deze problematiek? Is het niet wenselijk dat deze instelling zou fungeren als helpdesk voor overheden als de burgers met dergelijke vragen zitten?
De voorzitter: Mevrouw Eerlingen heeft het woord.
Mevrouw Tine Eerlingen: Mevrouw de minister, ik ben ook op de hoogte gebracht van dit schadegeval bij een brand in Tienen. In een teakverwerkend bedrijf kwam een giftige chrysoliethoudende asbestneerslag vrij. De saneringswerken werden gestart, maar er zijn nog steeds asbestresten zichtbaar in privétuinen, regenwaterputten, zandbakken en akkers in de omgeving.
In opdracht van de stad werd een lab aangesteld, dat in zijn rapport bevestigt: "Het aangetroffen materiaal kan niet langer worden beschouwd als hechtgebonden asbesthoudend materiaal maar als losgebonden asbest, hetwelk een potentieel risico betekent voor personen die eraan blootgesteld worden." Het rapport vermeldt ook nog: "Het materiaal dient te worden verwijderd, liefst zonder verwijl. Indien de verwijdering niet op een snelle wijze kan gerealiseerd worden, dienen maatregelen te worden genomen om de getroffen zone af te schermen, het asbestmateriaal vochtig te houden, en om door het nemen van gepaste maatregelen te verhinderen dat asbest zou worden opgewaaid door de wind."
De stad heeft dan aan de buurtbewoners gemeld dat een gebied werd afgebakend waarbinnen de sanering moest gebeuren en dat de gezinnen zouden worden gecontacteerd door de saneringsfirma.
Mensen in die omgeving hebben mij gemeld dat zij nog geen informatie hebben gekregen van de saneringsfirma. Ze vroegen bij herhaling aan de stad welk gebied werd afgebakend en wat het uitvoeringsplan is, maar zij krijgen geen antwoord. Ik begrijp uit de vraag van de heer Logist dat de stad zelf nergens terecht kan met haar vragen.
De buurtbewoners vragen terecht een deskundige toelichting bij de aanpak van deze problematiek. Zij maken zich dan ook zorgen over hun gezondheid en die van hun kinderen. Dat is een probleem.
De zichtbare grote resten zijn opgeruimd, maar er zijn ook nog ‘losgebonden' resten die gedeeltelijk in de bodem zijn getrokken. Ik veronderstel dat men voor de sanering ervan een beroep kan doen op het Bodemdecreet. Er bevinden zich echter ook nog resten op daken, in dakgoten, in regenwaterputten en in verluchtingsfilters van de aanpalende woningen, en terzake werd nog geen actie ondernomen.
Mevrouw de minister, wie moet het initiatief nemen voor de verwijdering van de verontreiniging? Moet de stad actie ondernemen of mag dit overgelaten worden aan de getroffen firma? En wat als die geheel of gedeeltelijk in gebreke blijft?
Er zijn - dat maak ik ook op uit de vraag van de heer Logist - grote bevoegdheidsproblemen. Zo vallen de maatregelen die na zo'n brand moeten worden getroffen, onder ‘civiele veiligheid' en de bijkomende gevaren onder ‘volksgezondheid', twee federale materies, maar Vlaanderen heeft de bevoegdheid en de bijbehorende expertise voor het aanpakken van milieumisdrijven. De brand werd natuurlijk niet opzettelijk veroorzaakt, maar ik vraag me af of het niet opruimen van het asbest als een milieumisdrijf kan worden bestempeld.
Indien dat het geval is, zijn de gemeenten dan niet verplicht om in zulke gevallen op te treden? Voorziet de Vlaamse overheid in een ondersteuning van de gemeenten bij dergelijke moeilijkheden? Is er bijvoorbeeld een mogelijkheid om de bevoegdheid aan de gemeenten op te dragen? Nu is er blijkbaar geen duidelijk kader waarbinnen de gemeente kan opereren. Ik merk dat er nog onduidelijkheden zijn in de wetgeving daarover.
De voorzitter: Minister Schauvliege heeft het woord.
Minister Joke Schauvliege: Mijnheer de voorzitter, mijnheer Logist, mevrouw Eerlingen, u merkt terecht op dat dit een problematiek is die moet worden aangepakt.
Mijnheer Logist, bij de luchtkwaliteitsnormen van VLAREM werden expliciet een aantal normen in verband met asbest opgenomen. Ze staan in titel II van bijlage 2.5.1. Als jaargemiddelde concentratie geldt een richtwaarde van 500 vezels per kubieke meter en een grenswaarde van 1000 vezels per kubieke meter. Tevens is een grenswaarde opgenomen van 5000 vezels per kubieke meter als maximaal gemiddelde over 24 uur. De normen gelden voor asbestvezels met een lengte groter dan vijf micrometer en een diameter kleiner dan drie micrometer. De metingen moeten uitgevoerd worden met transmissie-elektronenmicroscopie op 24 uurbasis of op 48 uurbasis. Dit is dus heel expliciet geregeld.
De Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) baat meetnetten luchtkwaliteit uit om de algemene luchtkwaliteit vast te stellen, de naleving van bestaande normen te controleren, trends op te volgen en knelpunten inzake luchtkwaliteit te onderzoeken. Deze meetnetten, die in hoofdzaak functioneren op basis van vaste meetposten, zijn niet geschikt voor het opvolgen van branden en andere incidenten. Bij een brand kunnen immers veel stoffen vrijkomen, waarvan slechts een beperkt aantal door de monitoren van de reguliere meetnetten kunnen worden gemeten. Die meetnetten staan niet in elke straat en de waarschijnlijkheid dat de uitstootwolk van een brand over een meetpost trekt waar een toestel staat dat een of meerdere van de betrokken stoffen kan meten, is uiteraard klein.
De VMM beschikt niet over de toestellen noch over het personeel om een permanentiedienst te organiseren die kan optreden in het geval van branden of andere calamiteiten. Wel is het zo dat de brandweerkorpsen zelf over meettoestellen beschikken. In het geval van asbestverontreiniging is er het bijkomende gegeven dat de meetresultaten slechts na verloop van tijd beschikbaar zijn, er moeten immers eerst stalen over een voldoende lange periode genomen worden. Deze stalen moeten naar een gespecialiseerd laboratorium gebracht worden, waar ze, na monstervoorbereiding, kunnen worden geanalyseerd.
Ik begrijp uw bekommernis naar aanleiding van dit incident, en ik ben bereid om het initiatief te nemen voor overleg met de federale minister van Binnenlandse Zaken om zo operationele procedures af te spreken om brandweerinterventies en milieu op elkaar af te stemmen.
Mevrouw Eerlingen, voor gevallen waar asbest in de bodem terechtkomt, hebben we inderdaad het Bodemdecreet. In elk geval zal ik opdracht geven aan de OVAM om in de buurt onderzoek te verrichten, te bekijken wat de toestand ter plaatse is en te bepalen of er initiatieven inzake bodemsanering genomen moeten worden.
De voorzitter: De heer Logist heeft het woord.
De heer Marcel Logist: Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord en ik dank ook mevrouw Eerlingen voor de steun. U vraagt zich misschien af waar dit alles over gaat. Tenslotte gaat het allemaal over een stad en zoals u weet, is de burgemeester verantwoordelijk voor de volksgezondheid van de stad, maar onze stad heeft noch de knowhow, noch de technici in huis om hierop een antwoord te bieden.
Ik wil graag nog tot de volgende repliek komen. Ik zou niet graag hebben dat een van mijn collega-burgemeesters met hetzelfde probleem wordt geconfronteerd, want ik kan u verzekeren dat het niet niets is.
Sinds de brand van enkele weken geleden, dus tot op de dag van vandaag, blijf ik, de burgemeester van Tienen, op mijn honger. Maar niet alleen ik blijf op mijn honger: inwoners die - terecht - boos zijn over het gebrek aan informatie, bestoken de stadsdiensten en mij met brieven en e-mails. Er zijn zelfs bewoners die een raadsman gecontacteerd hebben die dreigt met strafklachten en burgerlijke procedures tegen de stad, maar ook tegen mij persoonlijk, hoewel de stad alles gedaan heeft wat in haar macht lag. Bovendien hebben we van Volksgezondheid een brief gekregen waarin staat dat de stad alles naar behoren heeft uitgevoerd. Bepaalde bewoners menen dat de saneringswerken die door de erkende asbestverwijderingsfirma werden uitgevoerd, niet volstaan. Mevrouw Eerlingen verwees al naar het kuisen van de regenwaterputten.
Wat ons enorm stoort, is dat de OVAM en Toezicht Volksgezondheid ons telefonisch bevestigen dat de uitgevoerde saneringswerken volstaan, doch dat we niemand vinden die bereid is om dit officieel te bevestigen. Er is blijkbaar geen officiële instantie die bereid is om op het terrein na te gaan of de uitgevoerde saneringswerken, die eerstdaags beëindigd worden, volstaan en om vervolgens een officieel advies te geven over de uitgevoerde werken en de eventueel nog uit te voeren werken. Alle instanties stellen dat het aan de lokale overheid is om te beslissen over de uitgevoerde en de eventueel nog uit te voeren werken, doch zonder de bijstand van mensen met de nodige expertise, kan een lokaal bestuur hierover onmogelijk beslissen.
De advocaat die de stad onder de arm genomen heeft om deze klacht te pareren, wordt van het kastje naar de muur gestuurd door de OVAM, door Toezicht Volksgezondheid en zelfs door Translab, dat de aanwezigheid van asbest heeft vastgesteld - wij hebben Translab aangesteld als firma om te onderzoeken of het wel degelijk asbest betrof. Blijkbaar zijn al deze instanties bang om zelf verantwoordelijkheid te nemen en verwijzen ze gewoon naar elkaar. Ook de brandweercommandant voelt zich door de hogere overheid echt in de steek gelaten.
Ik apprecieer, mevrouw de minister, dat u bereid bent om initiatief te nemen. We kunnen hier immers echt spreken over een enorme lacune in de wetgeving en over een ernstig gebrek aan concrete bijstand op het terrein. Het gaat zelfs zo ver dat verschillende van de medewerkers met wie ik aan dit dossier werk, me eerlijk vertellen dat ze zich afvragen welk nut sommige organisaties nog hebben, als ze toch allemaal weigeren om in dit dossier een openbaar standpunt in te nemen en concrete bijstand op het terrein te verlenen.
Vandaar, mevrouw de minister, mijn bijkomende vraag. Kan er nu echt niet een dienst
opgericht of aangeduid worden die instaat voor het verschaffen van concrete informatie en bijstand op het terrein over de milieuaspecten en de veiligheidsaspecten voor de bevolking, als er door brand asbest in de omgeving verspreid blijkt te zijn? Ik denk aan een dienst waar zowel de bevolking als de gemeente terecht kan. U zult hier eerstdaags immers nog mee geconfronteerd worden.
Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, de heer Vandeurzen, heeft deze vraag al als onontvankelijk verklaard omdat ze niet onder Vlaamse bevoegdheid valt, maar ik vind dit een heel magere uitleg. Ik hoop dat u zich hier niet achter zult verschuilen, maar uit uw antwoord meen ik te mogen opmaken dat u uw verantwoordelijkheid volledig wilt opnemen - het siert u trouwens dat u ter zake actie wilt ondernemen. Wat heeft de bevolking eraan dat deze problematiek over verschillende bevoegdheden en over verschillende politieke niveaus verspreid is? Ik vraag u daarom om over de verschillende bevoegdheden en over de verschillende niveaus, het Vlaamse en het federale, een overleg bij elkaar te roepen, om deze situaties voor eens en voor altijd uit de wereld te helpen.
Ik besluit nogmaals met de opmerking dat ik het geen enkele burgemeester toewens om hiermee geconfronteerd te worden.
De voorzitter: Mevrouw Eerlingen heeft het woord.
Mevrouw Tine Eerlingen: Mevrouw de minister, ik ben eigenlijk wel blij met uw antwoord. Blijkbaar is er een enorme nood aan een duidelijk omschreven procedure. Ik denk dat de bevolking ook gerustgesteld wenst te worden. Ik ben dus blij dat u overleg wilt plegen met uw federale collega en ik hoop dat er inderdaad één aanspreekpunt kan komen. Dat past trouwens in ons Vlaams assertief beleid.
De voorzitter: De heer Ceyssens heeft het woord.
De heer Lode Ceyssens: Mijnheer Logist, ik neem aan dat u bedoelt dat de voorzitter van de commissie, en niet minister Vandeurzen, die vraag onontvankelijk heeft verklaard.
De heer Marcel Logist: Normaal gezien is het de voorzitter die daarover beslist.
De heer Lode Ceyssens: Dat bedoel ik. Ik begrijp uw bezorgdheid, maar we mogen de Vlaamse minister van Leefmilieu niet beladen met een verantwoordelijkheidspakket voor iets waarover ze geen verantwoordelijkheid heeft, want het gaat hier uiteindelijk over de veiligheid en over de brandweer. Ik heb hierover met de collega's vorige week nog vergaderd, want er zijn een aantal heel heikele thema's ten aanzien van de burgemeesters, onder meer het feit dat een publieke instelling of een publieke persoon zoals een gemeente, niet strafrechtelijk aansprakelijk is, maar wel de natuurlijke persoon die bevoegd is. Ook dat is een heel grote lacune in de wetgeving. We moeten de zaken echter wel aankaarten als het gaat over veiligheid, maar dat moet op het federale niveau gebeuren.
De heer Marcel Logist: Ik wil u hierop het volgende antwoorden. De bevolking ziet niet om welke bevoegdheden het gaat. (Opmerkingen van mevrouw Tinne Rombouts)
De burgemeester heeft de taak om de volksgezondheid te garanderen, maar als die niet over de knowhow en niet over de technici beschikt in zijn stad of gemeente, dan moeten er andere, bevoegde, instanties optreden en het komen uitleggen aan de bevolking. In heel dit verhaal betreur ik ten zeerste dat we niemand vinden die hierover een uitleg wil verschaffen aan de bevolking. Als de stad die uitleg geeft, dan wordt ze afgemaakt tot en met omdat ze niet over de nodige kennis beschikt. Als de bevoegde instanties nalaten om uitleg te komen geven, dan vraag ik me af waarvoor die instanties dienen.
De heer Lode Ceyssens: Burgemeesters zijn niet alleen een doorgeefluik: we moeten niet alleen vertellen wat we horen van allerlei instanties. Wij zijn precies degenen die de klemtonen moeten leggen bij het beleid waar het thuishoort, en we mogen niet alles op één hoop gooien.
De heer Marcel Logist: We hebben hier natuurlijk de federale en de Vlaamse overheid.
De heer Bart Martens: Mevrouw de minister, ik dacht dat we in ons Bodemdecreet de procedure hadden ingeschreven voor een snelle sanering. Als er bijvoorbeeld ergens een lekkende tankwagen staat, dan heeft het geen zin om het boekje te volgen met eerst een oriënterend bodemonderzoek, dan een beschrijvend bodemonderzoek en dan een bodemsaneringsplan dat nog netjes moet worden aanbesteed volgens de regels van de kunst, maar dan moeten we er heel snel bij kunnen zijn en al werken kunnen uitvoeren om verder onheil te voorkomen. In een dergelijk geval moet een lik-op-stukbeleid gevoerd kunnen worden en moet snel gesaneerd kunnen worden.
De heer Logist heeft gelijk dat in een dergelijk geval de OVAM moet attesteren dat de sanering oordeelkundig is gebeurd en dat er gesaneerd werd tot de bodemkwaliteitsnormen werden gehaald of tot er geen dreiging meer was voor de volksgezondheid. De OVAM heeft wel degelijk een verantwoordelijkheid in deze en ik heb uit het debat begrepen, mevrouw de minister, dat u een aantal vragen aan de de OVAM zult doorspelen. Ik ga ervan uit dat dit dossier nog een vervolg zal krijgen.
De voorzitter: Minister Schauvliege heeft het woord.
Minister Joke Schauvliege: Veiligheid is inderdaad een federale bevoegdheid. Het is ook zo dat elk bedrijf een inventaris moet hebben van de gevaarlijke stoffen dat het in huis heeft. Als er asbest aanwezig is in een dak, moet dat bekend zijn, zodat de brandweer direct kan reageren. Het kan natuurlijk zijn dat er iets is gebeurd dat niet correct is, dat de inventarisatie niet juist was.
Ik herhaal dat ik bereid ben om in overleg te treden met de bevoegde federale minister, de minister van Binnenlandse Zaken, om te bekijken of er een betere afstemming moet gebeuren met betrekking tot de procedures. Ik kan de vergelijking doortrekken tot het Milieucrisiscentrum dat werd opgericht met het oog op gewestoverschrijdende incidenten. Dat heeft voornamelijk betrekking op water, want als er een schadelijke stof in het water terechtkomt, wordt dit een probleem over de gewestgrenzen heen. Dit werd aangepakt, er werd een soort crisiscel of crisiscentrum opgericht. In deze zaak is het natuurlijk nog ingewikkelder omdat we met de puur federale bevoegdheid inzake veiligheid zitten, maar we moeten toch eens bekijken of we niet iets gelijkaardigs kunnen afspreken, waardoor dergelijke problemen op het terrein beter worden aangepakt.
Vanuit mijn lokale ervaring weet ik dat er heel wat taken en verantwoordelijkheden op de brandweer afkomen en dat het niet altijd evident is om alle specifieke problemen goed tekennen, zeker indien het gaat om een schadelijke stof. Wellicht is dit een van de redenen voor de hervorming van de brandweer, maar dat is een andere discussie die in een ander parlement moet worden gevoerd.
Ik herhaal nogmaals dat ik contact zal opnemen met OVAM, dat ik zal nagaan welke stappen werden gezet, of de sanering gebeurd is en of de attestatie zo snel mogelijk kan gebeuren. De vraag werd mij nog niet gesteld, ik heb er nog niet rechtstreeks kennis van genomen, maar ik zal OVAM vragen naar een overzicht van met wie contact werd genomen en wat er is gebeurd.
Het klopt dat in het kader van het Bodemdecreet goed en snel kan worden opgetreden. Ik heb ook begrepen dat OVAM dat heeft gedaan, dat de sanering werd uitgevoerd, maar dat u nu vraagt naar een officieel attest waaruit blijkt dat de zaak nu veilig is en dat alles nu in orde is. Ik zal dus zeker contact opnemen met OVAM.
De voorzitter: De heer Logist heeft het woord.
De heer Marcel Logist: Mevrouw de minister, ik dank u omdat u begrijpt dat dit een toch wel heel ernstig probleem is. Ik dank u voor uw inspanningen.
De voorzitter: Het incident is gesloten.
|