N.a.v. de herdenking van de slag bij Houtem/Grimde die plaats had op 18
augustus 1914 hield burgemeester Marcel Logist op 18 augustus 2008 in
het Tiens stadhuis een toespraak.
Klik je hieronder op Lees meer, dan kan je de volledige toespraak lezen.
Geachte schepenen en gemandateerden,
Geachte oudstrijders
Geachte aanwezigen en genodigden,
Beste vrienden,
Vooreerst heet ik u allen van harte welkom op deze plechtige herdenkingsdag
Dames en heren,
Vandaag dag op dag is het precies 94 jaar geleden dat 553 Belgische soldaten het leven verloren op het Zeven Zillenveld.
In Houtem en omgeving werd op dinsdag 18 augustus 1914 zwaar slag
geleverd. Vele gesneuvelden liggen nog begraven op het soldatenkerkhof
in de Wijngaardenstraat.
Het 22ste linieregiment verloor in Houtem 1.250 van zijn 2.400
manschappen. 553 soldaten, 17 officieren en 15 onderofficieren
sneuvelden.
Stille getuigen van de gebrachte offers tijdens
deze veldslag zijn het krijgskerkhof aan de Wijngaardenstraat, het
oorlogsmonument aan de Oplinterse Poort in Tienen en het vaandel van
het 22ste linieregiment dat de naam "Sint-Margriete-Houtem" draagt.
Dames en heren,
Sta mij toe om even de vergelijking naar vandaag te maken.
Belgische soldaten helpen in Afghanistan mee om vrede te bekomen. Stelt
u zich in de huidige tijdsgeest eens voor dat tijdens deze missie een
soldaat sneuvelt. Hoe gaat onze publieke opinie reageren ? Hoe zouden
onze media niet tekeer gaan omdat ons land militairen naar ginds heeft
gestuurd voor een nobel doel in de strijd tegen het terrorisme ? De
bevolking zou alvast moord en brand schreeuwen.
Laten we, de huidige tijdsgeest in gedachte houdend, terugkeren
naar 18 augustus 1914. In de velden in de driehoek tussen
Sint-Margriete-Houtem, Oplinter, het Bunsbeekse Schaffelberg en Grimde
houden Belgische soldaten zich klaar om verweer te bieden tegen een
oppermachtige tegenstander, die vanuit het oosten oprukt. Om 14 uur
zijn ze nog met 2.400, twee uren later zijn ze nog slechts met minder
dan de helft. Bijna zeshonderd soldaten sneuvelen in die korte tijd.
Velen raken zwaar gewond.
En toch gaat dat alles nagenoeg onopgemerkt voorbij. 't Is immers
oorlog en gesneuvelden zijn nu eenmaal de tol die moet worden betaald
in een oorlog. Kan u zich zulke redenering heden ten dage nog
voorstellen ? Natuurlijk niet. Zulke redenering is vandaag totaal
ondenkbaar geworden en gelukkig maar. Daarom mogen we de slachtoffers,
zoals bij de Slag in Houtem, nooit vergeten, want het zijn vergeten
helden.
Het is onbegrijpelijk dat geschiedschrijvers het gebeuren
in Houtem nauwelijks of zelfs helemaal niet vermelden in de historiek
van de Eerste Wereldoorlog. Men kan zich de vraag stellen : waarom ?
Een historicus gaf hierop een antwoord. ‘Houtem' zo zei hij, had geen
enkele invloed op het oorlogsverloop. De Duitse opmars werd slechts
voor een paar uren opgehouden. De korte, maar desalniettemin hevige
slag in Houtem was zo minuscuul in het vier jaar durende oorlogsgeweld
dat het niet de moeite waard is er woorden aan te verspillen'. Dat in
tegenstelling met de Strijd van de Zilveren Helmen op 13 augustus 1914.
Daar werden de Duitsers teruggedreven, naar verluidt zelfs tot Hasselt.
Tot daar het citaat van de historicus.
Ongelooflijk nietwaar ! Blijkbaar zijn voor deze historicus zeshonderd
gesneuvelden niet de moeite waard om even bij stil te staan. Wat moet
hun familie niet hebben meegemaakt bij het nieuws dat zoonlief
gesneuveld was ? Daarom is het belangrijk dat wij, bijna 100 jaar na de
slag, de slachtoffers van deze korte veldslag blijven herdenken en hun
opofferingen voor ons vaderland nooit vergeten.
Gelukkig merk ik ook, dat de interesse voor deze slag groeit. Het loont
de moeite op de begraafplaats het boek eens in te kijken waarin
bezoekers een boodschap mogen neerschrijven. Opmerkelijk veel jong volk
schrijft er wat in. Belangstelling voor het offer van een ver
familielid neemt weer toe. Vandaar dat wij hier, in de streek van
Houtem, geen onverschilligheid mogen gaan tonen.
Onze jeugd moet ervan bewust worden gemaakt hoe broos vrede wel is. Ik
betreur dat in de scholen nagenoeg geen aandacht meer gaat naar een
gebeurtenis als die in Houtem. ‘Het lessenpakket laat dat niet toe',
luidt de verklaring. Dit zou geen reden mogen zijn.
553 gewone soldaten sneuvelden in Houtem. Geloofden zij er echt in dat
ze ten strijde trokken voor de vrijheid van hun land ? Twee uren duurde
hun geloof. Twee uren ! Twee uren waren hen gegund om aan de
krijgsverrichtingen deel te nemen. Zij waren eenvoudige jongens, die
misschien in het verkeerde land en op een ongepast moment, einde
negentiende eeuw, geboren waren. En op een even ongepast moment soldaat
waren. Waren ze wel degelijk opgeleid om slag te leveren ? Sommigen
konden niet eens lezen of schrijven. Dat moest toen niet, maar wel
moesten ze hun land verdedigen. Tot ter dood. Een oud-strijder, die de
slag en de oorlog overleefde, vatte het als volgt samen : Men vroeg ons
te gaan vechten en we deden het.
Had hun offer zin ? Als
ons land morgen of in de komende jaren uiteenvalt zeg ik : neen. Als
straks België een land blijft, zeg ik : ja. Moge onze politici, die
vandaag over de toekomst van ons land aan tafel zitten er ook eens aan
denken, dat zelfs op de begraafplaats in Houtem en in de necropolis in
Grimde de gesneuvelde caporal uit het Waalse Mont-Saint-Guibert rust
naast de gesneuvelde soldaat uit het Vlaamse Ruiselede. Zij vochten zij
aan zij en moge dat een aansporing zijn ervoor te zorgen dat een land
van taalgemeenschappen niet per se een gescheiden land moet zijn.
Ik dank u.
|